|
|
 |
|
|
Anders dan bij de andere lijfrentevormen is bij de lijfrente voor meerderjarige invalide kinderen geen sprake van een voorziening van het pensioentekort. Er is dan ook geen wettelijk maximum gesteld aan de premieaftrek. De lijfrente moet bedoeld zijn om te voorzien in het levensonderhoud va het invalide kind. Zowel de hoogte als de termijnen zijn vrij te bepalen.
Het kind hoeft op het moment dat de lijferente wordt afgesloten nog niet invalide te zijn. Wel moet voldoende duidelijkheid bestaan over de invaliditeit in de toekomst. Dit kan bijvoorbeeld
blijken uit een verklaring van een medisch specialist over de te verwachten
ontwikkeling in het ziektebeeld. Als in latere jaren opnieuw premie wordt
voldaan, zal deze uitsluitend voor aftrek in aanmerking komen als op het
tijdstip waarop de premie wordt betaald, nog steeds de verwachting bestaat
dat de uitkeringen zullen toekomen aan een meerderjarig, invalide
(klein-)kind.
Wordt de lijfrente zodanig gewijzigd, dat niet meer aan de oorspronkelijke voorwaarden wordt voldaan, dan worden de in aftrek gebrachte premies en het daarover behaalde rendement als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen.
|
|
|
|