Oud regime

Overgangsrecht
De belastingheffing over het rentebestanddeel opgebouwd tot 1 januari 2001 in pre-brede lijfrentepolissen vindt nog volgens de regels van de Wet IB 1964 plaats. De eerbiedigende werking betreft uitsluitend de uitkeringen en niet de premieaftrek.

zijn pre-Brede Herwaarderingsregels van toepassing voor de aanspraken die tot 1 januari 2001 zijn opgebouwd (zie ook de rubriek Brede Herwaardering)
Voor lijfrenten tegen premiebetaling geldt dat de premies die na 1 januari 2001 betaald zijn, getoetst worden aan de nieuwe regels. In dat geval zal de lijfrenteovereenkomst in zijn geheel aan deze regelgeving moeten voldoen.

Saldolijfrenten
Voor saldolijfrenten tegen koopsom die op 14 september 1999 al bestonden en waarvoor nadien geen premies zijn betaald, geldt de eerbiedigende werking. Dat betekent dat deze saldolijfrenten nog tot 1 januari 2021 volgens de oude wetgevingsregels afgewikkeld kunnen worden. De uitkeringen worden in box 1 belast (op verzoek tegen 45%) voorzover deze de betaalde premies overtreffen.
Op 1 januari 2021 wordt het dan vast te stellen saldo in n keer belast en valt de verzekering vervolgens in box 3. Voor premiebetalende lijfrenten geldt dat premies die voldaan zijn na 1 januari 2001 getoetst worden aan de huidige regels. Is sprake van premiebetaling na deze datum, dan moet de lijfrenteovereenkomst in zijn geheel aan de actuele voorwaarden voldoen.

Voor de op 14 september 1999 bestaande polissen tegen premiebetaling is de eerbiedigende werking van kracht voor de premies die voor die datum zijn betaald. Op de na deze datum betaalde premies is de eerbiedigende werking gemaximeerd tot 2269 per kalenderjaar. Bedraagt de premie meer dan dat bedrag dan zijn de IB 2001-regels daarop van toepassing. Zie ook de rubriek 'Splitsing'.

Voor saldolijfrenten gesloten op of na 14 september 1999 geldt geen eerbiedigende werking. Per 31 december 2000 moet over het rentebestanddeel in box 1 (op verzoek tegen 45%) afgerekend worden. Vervolgens valt de polis met ingang van 1 januari 2001 onder de vermogensrendementsheffing van box 3. Hetzelfde geldt ook voor het deel van de saldolijfrente dat wel op 14 september 1999 bestond maar waarvoor na die datum een hogere jaarpremie is betaald dan 2269.

« terug

Invoeringswet Wet IB 2001